Driek

Driek

zaterdag 19 februari 2011

Raar

Eigenlijk zijn auto's maar rare dingen. Ze zijn over het algemeen allemaal van dezelfde materialen, nemen ongeveer even veel ruimte in en verplaatsen zich doorgaans met ongeveer dezelfde snelheid.

Bijzonder is het dat auto's allerlei emoties kunnen oproepen. Een luxe-gevoel, irritatie, vreugde, opwinding en ga zo maar door. En waar zit hem nou dat verschil? Waarom roept een Ferrari meer emotie op dan een Kadett. Da's natuurlijk zomaar een aanname. Er zijn legio mensen die hun neus ophalen voor een snelle italiaan of een sjieke brit, maar in vervoering raken van een Datsun 120Y met eerste lak en origineel nederlands kenteken. Liefst nog van de eerste eigenaar en het plastic nog over de bekleding van de deurpanelen.
Je kunt gerust stellen dat er net zoveel variatie in vormen van auto's is, als verschillende gevoelens die ze losmaken.
Persoonlijk merk ik dat er ook sprake is van verandering van smaak en gevoel gedurende een langere periode.
Mijn "periode"duurt inmiddels zo'n 40 jaar.  Mijn liefde voor auto's werd gevoed door mijn opa. Hij liep met mij aan de hand door de straten en bij iedere auto mocht ik hem vertellen wat voor merk het was. Hij raakte helemaal in vervoering als hij mij om de tuin wilde leiden en ik verdraaid toch het merk wist. Iedereen roept dat auto's tegenwoordig zo veel op elkaar lijken, maar dat was toen niet anders! Zet maar eens een VW 1200 ("ponton") naast een Skoda uit die tijd. En hoe vaak men mijn Peugeot 403 voor een Volvo aan ziet! Je zult ze de kost moeten geven.

Goed, vroeger vond ik ELKE auto mooi. Tot ik voor het eerst een Iso Grifo, een Maserati Bora en veel later een Ferrari 308 in het wild zag. Toen begon mijn italiaanse periode. Ik kocht 2e hands of afgeprijsde autoboeken en hele stapels tijdschriften. Leerde alle specificaties uit mijn hoofd (hoeveel gewicht caravan mag er achter een Ferrari 400i?) en had plakboeken vol met plaatjes. Wist van iedere italiaan de ontwerper. En het ging van kwaad tot erger. Ik kocht boeken over ontwerpers en die waren (en zijn nog steeds) duuuuur en begon miniaturen te verzamelen.

Zo kwam ik uiteindelijk in Haarlem terecht bij het leukste winkeltje van de wereld: Automobilia. Ik vroeg de eigenaar wat het nou kostte om zo'n winkel te beginnen. Na een korte duizeling zag ik maar van verdere plannen af en liep urenlang te snuffelen in het winkeltje aan het Spaarne.
Enkele dagen later lag er een brief op de mat. Of ik niet bij hun wilde komen werken. Een droom kwam uit.

In de periode dat ik bij Automobilia werkte deed ik ontzettend veel kennis op over auto's en hun ontwerpers.
Afwisselend had ik een franse (Peugeot, MVS Venturi, Alpine) een britse (TVR!) en zelfs een amerikaanse periode (Cadillacs uit de jaren 50....). Het was de tijd dat Ferrari de testarossa uitbracht en daarna de F40. De tijd dat er voor Buragomodellen woekerprijzen werden gevraagd. En de tijd van oldtimer-races op Zandvoort. Daar sprong mijn hart werkelijk open voor al het mooie, oude en zeldzame spul.
Soms kreeg ik een soort overdosis. Kon ik nachtenlang liggen mijmeren over wat ik zou kopen als ik de loterij won. Het werd uiteindelijk een Citroen GS met de curieuze achternaam : Break Service (spreek uit: breek servies!!!!). Al met al geen design-icoon....Maar wel een boxermotor, twee deuren en schijfremmen rondom. Tot zover de gelijkenis met een Ferrari 512 Berlinetta Boxer.

Toch bleven die verrekte italianen mij boeien.Na een slappe periode in de tweede helft jaren tachtig, begon men in de jaren 90 weer mooie auto's te bouwen. Niet alleen de italianen, nee zelfs de duitsers begonnen over het uiterlijk van hun auto's na te denken. Ik was compleet verrast door de Opel Calibra. Of wat te denken van de BMW 850? Na 20 jaar nog steeds een schoonheid en er is helemaal niks fouts aan om er een te hebben.
Er is echter nooit een duitse 'periode' voor mij geweest en ik vrees dat die er nooit zal komen.

Eind jaren 90 waren de italianen nog steeds in beeld.. Wat heet. Een ware opleving vond er plaats. Ik sloot mij zelfs aan bij een club die chassisnummers van Ferraris noteerde om er een index van te kunnen samenstellen. Ik bezocht evenementen in binnen- en buitenland. Dan krijg je een aardige indruk van wat voor moois de autowereld te bieden heeft. Ik zag en hoorde niet allen Ferraris. Nee, Aston Martins, Maseratis, Lamborghinis vlogen me om de oren. Maar ook oude Alfa's, Morettis en ga zo maar door.
De rode draad die door deze perioden liep is de voorliefde voor kleine en piepkleine merken. Wie kent nog de Clan Crusader? Of de Gilbern Invader?

En ineens was het over met de exoten. Als je op de Ring zo'n 1.500 Ferraris ziet staan is dat heel even indrukwekkend, maar na een uur net zo saai als de parkeerplaats bij een winkelcentrum in een nieuwbouwwijk.
Okay, mijn hart maakt nog steeds een hupsje als de felrode 355 GTS langs mijn winkeltje rijdt. Maar de liefde is er eigenlijk alleen nog maar voor het oudere spul en....oude Japanners. Nee niet verschrompelde Sumiworstelaars of slapende geisha's, maar Datsuns, Mazdas, Hino's en Isuzus uit vervolgen tijden. Je ziet ze zelden. Ze zijn ook niet fraai en sommigen ronduit schandalig gekopieerd van europese of amerikaanse modellen. Toch hebben ze iets. Nep is nu ook leuk!
Ik ga een voorspelling doen. Er zijn japanners die de status klassieker gaan krijgen. Tien op een rij:


  1. Datsun 240Z
  2. Toyota Celica, eerste model
  3. Mazda RX7
  4. Mazda 929
  5. Hino Contessa
  6. Isuzu Bellet
  7. Datsun Fairlady
  8. Suzuki GX
  9. Subaru 360
  10. Mitsubishi Colt. De eerste, uit de jaren 60!
Natuurlijk kan ik er nog veel meer noemen.
Weet je wat? Doe jij dat maar.
Want per slot van rekening bestaan wij ook allemaal uit hetzelfde materiaal...en nemen we ongeveer evenveel plaats in en lopen net zo hard...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten