Mijn oudoom Piet had een compostbedrijf in Helmond. ‘Ome’
Piet was fors, zeg maar gerust reusachtig. Zeker in de ogen van een kind. Hij
was een vriendelijke reus, die met zijn vrachtwagen rond Helmond de
grondstoffen voor zijn handelswaar ophaalde: stront, dus. Op een goeie dag,
ergens rond de herfst eind jaren zestig, vroeg hij mijn moeder om een trui voor
hem te breien. Het werd een tent, waar mijn broertje, zusje en ik volledig in
pasten. Toen hij de trui op kwam halen was hij blij als een kind. En ik mocht
achter het stuur van zijn Bedford zitten. Een racestuur was het, anders paste
ome Piet er niet meer achter. Daar moest ik aan denken, toen deze jongen door
het beeld reed.
Ik wilde bijna zwaaien en ‘Dag, ome Piet’, roepen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten