Ik vond een nieuwe baan. Vertegenwoordiger in relatiegeschenken. Nou, dat was wat. Cadeautjes verkopen wil toch iedereen? En ik mocht een nieuwe auto. Net nadat ik had proef gereden in een V40, een 156 en een 406 belde de aanstaande baas. Of ik misschien in een BMW wilde rijden. Nu lust ik best shoarma, maar om er op deze manier reclame mee te maken....? Dus ik zei volmondig: JA! Het was een groene 518i. Van de financieel directeur geweest. Nette auto. Zonder airco, maar met schuiffie-kantel. En een hele dikke stereo. Goed, dus. Tot die ene dag in maart. Net voor Oosterhout, kreeg ik ineens koude voeten. Onder het viaduct bij de verkeerslichten, hoorde ik een knal. De motorkap sprong uit zijn sponning en de bestuurder van de Jetta achter mij uit zijn auto. Veel rook en gesis. Doodgemoedereerd stapte ik uit en gluurde onder de motorkap. Veel vloeistof, rook en zo'n gele stank. Kapot. "Joh", zei een stem achter mij. "Ik denk: die auto ontploft, d'r zit een bom in." Teveel de wedstrijd USA-Irak gekeken, dacht ik nog. Maar toen begon de ellende. Leasemaatschappij gebeld. "Er komt zo een sleepauto." Let wel, ik was 4 kilometer van huis. Na anderhalf uur kwam de sleepauto. "De zoveelste vandaag", verzuchtte de overall toen hij uit zijn cabine viel. Ik dacht nog: 'zijn er vandaag zoveel groene 518i's met een kapot koelvloeistofreservoir onder een viaduct gestrand'?
Drie uur later zat ik in de wachtruimte van de verhuurmaatschappij nadat ik twee uur naast een dikke man in een benauwde cabine had gezeten. Älstublieft, daar staat uw auto", zei de overwerkende verhuurmevrouw. Een Fiat Fiorino. Hoera. Ik weet nog dat ik tegen mezelf zei: "Daar ga ik nevernooitniet morgen 500 kilometer mee rijden." De volgende dag. Verhuurmaatschappij gebeld. "Kan ik ruilen?". Ja dat kon. In Breda haalde ik een hagelnieuwe Ford Mondeo Wagon op. Beter. Terwijl ik bij het verkeerslicht de radio probeerde te doorgronden , klapte op de rijstrook naast mij een R5 vol op een stilstaande Escort. Auw. Maar ik moest door. Had afspraken en wist nog steeds niet hoe de radio werkte. Snelweg op, invoegen en een vrachtwagen geeft mij keurig ruimte. Een kilometer verderop. Knooppunt Zonzeel. Links voor Breda, rechts naar de rest van de wereld. Voor mij staat een oplegger met heipalen en ik moet direct denken aan de megaslechte film De Vierde Man, waarin Jeroen Krabbé of zijn bijrijder een oog verliest aan een spies die van een vrachtwagen af komt. Of zoiets. In ieder geval: ik kijk toevallig in mijn binnenspiegel en zie een vrachtwagen op mij af komen denderen. Stuur om, gas geven en BOEM.......! 100 meter later. Ik lig in een Mondeo met een omgebogen stuurwiel. Naast mij heeft de bezorger van Ikea een bankstel op het dashboard gemonteerd. Ik kom overeind en stap uit.
De man van de ANWB verstijft, in zijn handen een deken. "Ik zie geesten, geloof ik", stamelde hij. "Ik kon zweren dat daar niemand levend uit zou stappen. Kijk maar niet om." Dus dat deed ik. Wat eens een nieuwe Mondeo was, was nu een schroothoop, nauwelijks langer dan een Ka. De ambulance bracht mij naar het ziekenhuis. Wachten op een brancard en dan het fotohokje in. Wachten op een brancard en dan mogen luisteren naar de rugarts."Ik zie niets bijzonders", zegt de goede man. Ik tuur met hem mee naar de plattegrond van mijn nek en schedel. "Ik wel", zeg ik broodnuchter. Verbouwereerd kijkt de arts mij aan. "Ik moet weer naar de kapper, zo te zien." De Vijf heeft de klap niet overleefd. Ik wel. Met dank aan een bijzondere beschermengel. En daar moet ik toch elke keer aan denken, als ik shoarma eet.