Driek. Sfeerverteller, lettergrijper, woordspeler, zinsnijder en uitdrukker.
Driek
donderdag 29 maart 2012
Martha reageert op Mazda
En dan gaat de telefoon. “Met Driek.” Een krakende stem roept: “U spreekt met Martha. Bent u diegene die op interned verhaaltjes schrijft?” “Internet, bedoelt u?”, zeg ik. Zij: “Ja, dat zei ik toch?” “Is met een t” “Nou ja. In ieder geval ben u dat?” “Eén van de, ja. Hoezo?”” “Ja. U maakt oudere mensen belachelijk en ik zal u zeggen waarom. Kijk, het zit zo. Ik zag het groene otootje van mijn broer rijden” “Autootje.” “Pardon?” “Laat maar, gaat u verder met uw verhaal.” “Dus ik denk. Ha, da´s Bert. Dag Bert, zwaaide ik nog. En toen zag ik dat er een langharige krullenbol met een enge zonnebril achter het stuur zat. Die nog terugzwaaide ook. Ik schrok me een hoedje. De vlegel. Was u zeker, hè?” “Kun.” “Nou, thuis heb ik direct mijn zuster gebeld en die heeft mijn zwager er op uit gestuurd.” “Spannend. En toen?” “Hij had u gauw genoeg opgespoord en u even duidelijk gemaakt wat hij ervan vond dat u in Bert´s auto reed!” “Oh, dan heb ik hem gezien. Dus dat was geen duim, die hij opstak…?”
Een krakende stem roept: “U spreekt met Martha. Bent u diegene die op interned verhaaltjes schrijft?”
“Internet, bedoelt u?”, zeg ik.
Zij: “Ja, dat zei ik toch?”
“Is met een t”
“Nou ja. In ieder geval ben u dat?”
“Eén van de, ja. Hoezo?””
“Ja. U maakt oudere mensen belachelijk en ik zal u zeggen waarom. Kijk, het zit zo. Ik zag het groene otootje van mijn broer rijden”
“Autootje.”
“Pardon?”
“Laat maar, gaat u verder met uw verhaal.”
“Dus ik denk. Ha, da´s Bert. Dag Bert, zwaaide ik nog. En toen zag ik dat er een langharige krullenbol met een enge zonnebril achter het stuur zat. Die nog terugzwaaide ook. Ik schrok me een hoedje. De vlegel. Was u zeker, hè?”
“Kun.”
“Nou, thuis heb ik direct mijn zuster gebeld en die heeft mijn zwager er op uit gestuurd.”
“Spannend. En toen?”
“Hij had u gauw genoeg opgespoord en u even duidelijk gemaakt wat hij ervan vond dat u in Bert´s auto reed!”
“Oh, dan heb ik hem gezien. Dus dat was geen duim, die hij opstak…?”