Natuurlijk bepaalden destijds heel andere factoren de keuze voor een auto. Nu heeft vrijwel iedere Tom, Dick and Harry een leasebak en koopt de particulier steeds kleinere, zuinigere auto´s. Maar mijn vader moest zijn eigen auto´s kopen. En daarbij rekening houden met 4 opgroeiende kinders. Tweedehands lag het meest voor de hand. En zo ontstond een leuke rij auto´s, waarvan een deel zo bij mij op de oprit zou mogen staan.
De Opel van opa
Vaders eerste auto kocht hij van zijn schoonvader. Een Opel Kapitän. Zo´n verkleinde Amerikaan. En dan ook nog het 'foute model' met de veel te kleine achterportieren. Nu een gezocht object voor de ware Opel-adept. De Opel reed te duur en werd verruild voor een lichtgroene Citroën ID 19. Met een akelige bekledingsstof, die knetterde en waar je met je kleren aan vastplakte.
Maar wat een heerlijke auto. Zondags gingen we vaak een eindje rijden. En dan scheurde vaders als een dolle over een van de vele bospaden in de buurt van onze woonplaats. Nu word je daarvoor 10 jaar opgesloten. De ID viel letterlijk uit elkaar. En na een zeer kostbare operatie aan het hydro-pneumatisch veersysteem moest worden omgekeken naar een opvolger. Uit pure noodzaak kocht vader een DKW F102. Niet met het kuifdakje maar het bolle. De polyester carrosserie was uitgevoerd in crème met een zwart dak. Het apparaat knetterde en rookte, maar ging als de brandweer. Oma had op zondag altijd op tijd de koffie klaar want ze hoorde ons van mijlenver aan komen. Tot het apparaat echt te klein werd.
Bladveren
En daar stond-ie dan. Kolossaal en goud metallic, de Vauxhall Victor 101 Super de Luxe uit 1966. Serieus. Met prachtige wieldoppen die lichtmetalen velgen veinsde. Die truc werkt nog steeds. De auto bood gigantisch veel ruimte. Maar daar hield het wel zo´n beetje op. Toen wij naar het Westen verhuisden, moest vaders dagelijks over een hotsebotse klinkerweg waar de bladveren van de 47-11-AK niet tegen bestand waren. Na de vierde set was vaders het zat. En zo kwamen wij uit bij een witte Renault 16 TL, kenteken 55-10-NU. Een verrassend ruime, praktische en comfortabele auto. Er volgden nog twee 16´s waaronder een TS. "De fijnste auto, die ik ooit heb gehad, die R16", heeft mijn vader nog jaren gezegd. Vaders bleef het merk trouw en kocht een van de eerste Renault 9's. Een TSE met zwart velours bekleding. Een drama. Alles ging kapot. Een gebarsten remtrommel was een druppel. De andere de reactie van de dealer waar vaders de auto had gekocht. Ach, dan heb je nog drie remmen over. En daarom reed vader door naar de volgende dealer. Kocht daar een tweedehands Renault 18. Deze bordeaux-rode badkuip werd ingeruild voor een Citroën BX Diesel. Een formidabele auto. 163.000 kilometer probleemloos. En de laatste die in het rijtje op mijn oprit mag worden gezet.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten