Wie aan Lancia denkt, denkt vooral aan de rally-successen en elegant gelijnde auto’s met karakter en uitstraling.
Maar Lancia betekent ook: gemiste kansen.
In 1976 introduceerde Lancia de Gamma Berline en de Gamma coupé. De coupé was een grote verrassing; men had bij Lancia en Pininfarina in het diepste geheim aan de auto gewerkt. De Gamma Coupé mag je beschouwen als de opvolger van de legendarische Flaminia coupé uit de jaren 50. Een schitterend gelijnde auto van de hand van de meester zelf: Pininfarina. Elegant en met krachtige uitstraling. Een echte schoonheid in de traditie van de italiaanse coupé. Helaas was het niet op alle fronten goud wat er blonk...want als Achilles een auto had ontworpen….
Te vroeg geboren, te laat gerijpt
Vol trots presenteerde Lancia in maart 1976 op de Salon van Genève haar twee nieuwe topmodellen: de Gamma Berline en de Gamma Coupé. De auto’s waren gebaseerd op een gewijzigd onderstel van de Bèta, de middenklasser, die in 1972 werd geïntroduceerd.
De Gamma was voorzien van een 2.5 liter boxermotor met 140 pk, die de voorwielen aandreef. De auto kon worden geleverd met een handgeschakelde vijfversnellingsbak of een 4-bak automaat.
Voor de italiaanse markt werd een 2.0 liter versie onder de motorkap gemonteerd. Fiscaal gezien was dit interessanter voor de italiaanse eigenaren.
De auto’s werden beide ontworpen door Pininfarina, maar kregen ieder een eigen karakteristieke uitstraling. Waar de Gamma Berline hier en daar wat plomp en “overdesigned” oogde was de Gamma coupé veel beter geproportioneerd en deed onmiddellijk vele harten sneller kloppen.
Op papier zag het er tot dusver allemaal goed uit. Maar hoe verging het de auto daarna verder? Het relaas van een zorgenkind.
Vormgeving
De kracht van italiaanse design wordt versterkt naarmate de jaren verstrijken. Terwijl de wereld er omheen verandert, blijven de topontwerpen en kunstwerken hun “schoonheid” behouden. Dat geldt voor de Mona Lisa, dat geldt voor de Venus van Milo maar ook voor de Lancia Gamma coupé. Deze auto hoort thuis in het museum der schone kunsten. Het ontwerp van de hand van Pininfarina is weliswaar niet revolutionair, maar alles lijkt te kloppen. De juiste lijnen, de juiste proporties.
Aan de voorkant is de Gamma Coupé direct herkenbaar als een Lancia. Vooral bij de eerste serie kwam dat subtiel tot uitdrukking in de grille. Wie goed kijkt ziet dat hier het logo van Lancia in de breedte is “uitgerekt” .
Opvallend is de groef aan op de flanken van de auto, die aan de achterkant iets omhoog knikt. Alsof de auto zelf ruimte wil maken voor de achterlichten.
Het ontwerpen van de achterkant van een auto is moeilijk. Vaak ziet men dat het “sluitstuk” afbreuk doet aan het geheel. Bij de Gamma coupé is dit allerminst het geval. De verhoudingen zijn ook hier perfect. De achterklep vertoont twee lichte knikjes waardoor het totaal veel slanker lijkt. De achterlichtunits zijn precies goed: niet te groot niet te klein. De bolle achterruit in combinatie met de C-zuil maakt het geheel af. Die C-zuil is uitgevoerd als spoiler en ligt iets hoger ten opzichte van de totale daklijn. De daklijn op zijn beurt heeft duidelijke verwantschap met een aantal andere Pininfarina ontwerpen, zoals de Ferrari 400 en de Fiat 130 Coupé.
Pininfarina zette heel subtiele lijnen neer. Eenvoudig, elegant en krachtig.
In 1980 vindt een facelift plaats. Een andere grille met verchroomde verticale spijltjes geven het front meer cachet. Op de achterzijde wordt over de breedte een aluminium strip onder de achterlichten geplaatst. De auto is af. Althans….aan de buitenzijde.
Prix de la Sécurité
Wat aan de buitenkant niet te zien is, is de kooiconstructie in de auto. Hierin vervult de C-zuil een belangrijke rol, namelijk die van “onzichtbare” roll-bar.
Het levert de auto de “Prix de la Sécurité 1976” op. Een soort onderscheiding op het gebied van veiligheid, toegekend door de Vereniging van Franse autojournalisten. Vol trots heeft Lancia een prominente plaats in haar brochure ingeruimd voor het bijbehorende “document”
Interieur
Ook in het interieur tonen de ontwerpers van Pininfarina hun ware klasse. Eigenlijk heel sober. Geen knopje te veel. Vooral de stoelen zien er apart uit. Opvallend zijn bijvoorbeeld de relatief grote zittingen en de geïntegreerde hoofdsteunen. Enkele puntjes van kritiek: de gebruikte materialen op het dashboard. Deze komen erg plastiekerig over. En de grote ronde tellers maken een rommelige indruk binnen een vrij strak afgewerkt geheel. Achterin twee separate “zetels”.
De beenruimte in de coupé houdt echter niet over. We kunnen hier beter spreken van een 2+2 dan een volwaardige vierzitter.
Bij de tweede serie van de Gamma coupé wordt het interieur grondig aangepakt. Vooral de met leder afgewerkte stoelen zien er vorstelijk uit.
De versnellingspook toont veel minder “iel” en het dashboard wordt anders ingedeeld. Er zit duidelijk meer eenheid in. De klokken zijn nu voorzien van een zwarte achtergrond. Het straalt allemaal duidelijk meer rust en kwaliteit uit.
'Gammele' techniek
Vrij lang na de officiele première krijgt de pers de gelegenheid om met de auto te gaan rijden. Blijkbaar had de fabriek nog wat tijd nodig om een aantal probleempjes op te lossen. De autojournalisten zijn het er over eens dat de auto uitstekend remt en stuurt. Ook over het uiterlijk niets dan lof. Toch kraakte er meteen al iets. De pers was erg sceptisch over de kwaliteit en afwerking van de eerste Gamma’s. Helaas zouden deze scepsis niet ten onrechte zijn…
Om maar meteen met de motorkap in huis te vallen: technisch was de Gamma coupé één groot drama. De eerste exemplaren werden begin 1977 geleverd en van meet af aan ging het mis. Het grootste euvel was wel de distributieriem, die spontaan los kon schieten. Het kan als een technische blunder worden beschouwd dat de riem, die zorg moest dragen voor de linkerhelft van het motorblok, ook de pomp voor de stuurbekrachtiging aandreef. Vooral bij een koude motor sloeg het noodlot toe. Bij volledige stuuruitslag kon de riem spontaan breken. Terwijl de “rechter”riem vrolijk door bleef werken. Gevolg: totale motorschade! Dit kwam voor bij de eerste serie. Na een jaar dacht Lancia dit probleem eindelijk te hebben opgelost. Maar de auto bleef geteisterd worden door kleine technische mankementen. Een ander groot probleem was de overmatige slijtage van de nokkenassen als gevolg van een slechte smering. Ook de koppakking bleef niet gespaard. Door een slechte koeling raakte de motor snel oververhit en begon de koppakking te lekken.
![]() |
| Triest maar waar.... |
Tot overmaat van ramp ontkwam de Gamma coupé ook niet aan het roest-monster. Vele auto’s zijn daar het slachtoffer van geworden. Exemplaren, die het overleefd hebben zijn schaars.
Pas met de komst van de 2e serie, vier jaar na introductie, leek Lancia het goede spoor te hebben gevonden. De auto’s kregen een Bosch injectiesysteem in plaats van carburateurs en kleine oneffenheden, zoals de versnellingspook –waar bijvoorbeeld het smeervet rondom de ppok duidelijk zichtbaar- werden gladgestreken.
Spijtig genoeg was het toen al te laat.
De verkoopcijfers waren dramatisch laag en in 1982 besloot Lancia de productie te stoppen. Het gerucht gaat dat pas in 1987 de laatste auto is geleverd aan de eerste eigenaar…
Markt en concurrentie
In de klasse waar de Gamma coupé in te schalen valt gedurende haar bestaan was er relatief weinig concurrentie. De oliecrisis lag nog vers in het geheugen en de fabrikanten stortten zich massaal op de ontwikkeling en productie van compacte en zuinige auto’s. Grootste concurrent was wellicht de BMW 6 serie. Deze auto dankte haar succes niet alleen aan de vormgeving, maar vooral de sterke reputatie van BMW zelf! Bovendien was er een grote keuze uit motoren en opties. Dat laatste was destijds typisch Duits. Een karige standaarduitrusting tegen een stevige prijs en veel opties..tegen een nog steviger prijs!
In eigen huis had moederconcern Fiat de 130 coupé. Deze liep echter in 1977 voor het laatst van de band.
Frankrijk had echter ook een sterk nummer met de Peugeot 504 coupé. Deze auto deed het bijzonder goed. Hoewel al veel eerder op de markt dan de Gamma coupé liep de productie van de beide auto’s vrijwel tegelijk af. Bovendien bood Peugeot ook een cabriolet versie van haar 504 aan. Iets waar Lancia nooit aan toegekomen is. De Gamma coupé is in twee series geleverd. De eerste van 1977 tot 1980 en de tweede van 1980 tot 1981.
Opvallend feit is dat de Gamma coupé het vooral in het Verenigd Koninkrijk goed deed. In Nederland is de auto slechts mondjesmaat geleverd. Naar het schijnt is een bekende Nederlandse coureur ooit de troste eerste eigenaar van een Gamma coupé geweest.
Variaties op een Gamma
Zoals eerder gemeld: de Gamma was een meesterwerk van de hand van Pininfarina. De ontwerper had echter nog wat meer ijzers in het vuur en toverde enkele bijzondere varianten van de Gamma uit de hoge hoed. Het bleef echter bij “one-offs”. De minste spectaculaire was de Gamma Spider. De auto werd getoond op de Salon van Genève in 1978. In feite was deze variant niets anders dan een coupé met een T-dak.
Net als bij de Beta Spider, konden de dakdelen worden verwijderd, evenals het achterraam. De auto heeft nimmer het productiestadium bereikt en vermoedelijk heeft niemand daar om gerouwd… Het schijnt dat de auto wel is gebruikt door Johannes Paulus de 2e bij een “toernee”door noord Italie!
Een tweede variant was de Scala. Een 4 deurs sedan, die voorzien was van 4 separate koplampen in plaats van de twee grote units. De auto werd getoond in 1980 op de Salon van Parijs. Elke overeenkomst met de reeds bestaande Peugeot 505 Sedan berust op louter toeval….
Misschien wel de meest in het oogspringende variant was de Ogliata. Een prachtauto, geïnspireerd op Lancia’s “eigen” Beta HPE. Een driedeurs “fastback” die wat ons betreft meteen in productie had mogen gaan…ware het niet dat de productie op zijn eind liep toen de auto werd tentoongesteld.
Gamma coupé nu...
De Gamma coupé wordt een echte klassieker, daar zijn de geleerden het over eens. Was het destijds voor de eigenaren een drama, voor de huidige eigenaren is het een uitdaging om deze auto’s “in leven” te houden. In de loop der jaren zijn er vele technische oplossingen gevonden om specifieke Gamma-mankementen tot het verleden te laten horen. De echte kenner weet de auto te waarderen. Je moet echter niet verbaasd opkijken als de gemiddelde voorbijganger deze auto in het verkeer nauwelijks zou opmerken. En dat geeft de auto extra charme. Het geeft de auto distinctie. Je kunt er heerlijk van genieten, want zeker de tweede serie is een feest om in te rijden. Stabiel, comfortabel en chique.
.jpg)
.jpg)


.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten