Ieder half jaar was het raak. Het bezoek aan de tandarts. Hij woonde aan de overkant bij oma. Dat maakte het alleen nog maar erger. Forintos heette de goede man. Hij had een lang, smal gezicht en een eng brilletje. “ Zo, doe de mond maar eens wijd open.” De tranen biggelden al over mijn wangen, terwijl het nog niet eens pijn deed.
Gelukkig wist mijn moeder hoe ze mij weer blij kon maken. Op loopafstand van de tandarts was een speelgoedwinkel. In een hoekje van de winkel hing een vitrine, helemaal vol met autootjes. Matchbox-autootjes om precies te zijn. Ik liet mijn ogen geduldig langs de verschillende modellen glijden. “Je mag er één uitzoeken”, zei mam. “Maar wel een beetje opschieten.” Ik koos nummer 33: de goudkleurige Lamborghini Miura. Ik was er letterlijk verguld mee. “Eén gulden vijfenzeventig, asteblief”, zei de mevrouw van de kassa met een onvervalst Helmonds accent.
Thuis op de bank scheen de zon. En daar zat ik met mijn nieuwe aanwinst. Heel voorzichtig haalde ik de Miura uit het blauw-gele doosje. Om vervolgens te kijken en heel lang te genieten van de onvoorstelbaar mooie lijnen. Ik draaide de goudkleurige italiaan alle kanten op. Leerde de tekst op de bodemplaat zelfs uit mijn hoofd. Het was inmiddels tijd om te eten. De Miura mocht nog even mee aan tafel. Om daarna met de grootst mogelijke voorzichtigheid in het mandje te worden gezet. In het blauwe Matchbox-koffertje, uiteraard.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten