Driek

Driek

vrijdag 17 februari 2012

Jaop, Volvo´s en bevroren ballen

Zaterdag, 1980. De vrieskou van de afgelopen weken heeft een dikke ijslaag gegarandeerd op de sloten in Waterland. Ik heb afgesproken met mijn goede vriend Richard om vanavond een meisje uit een dorp verderop te verrassen. Ze had op het schoolfeest de avond tevoren verteld dat ze naar de schaatsbaan in haar dorp zou gaan. Ik had mij voorgenomen om eens flink indruk op haar te maken. Haantje. Niet met schaatsen, want dat kon ik dus echt niet. Nee, ik zou op de schaatsbaan een sierlijke pirouette draaien met mijn fiets, zonder mijn voortanden in het ijs achter te laten. Richard vroeg zich nog af of het wel zo´n goed idee was om bij min 12 zo´n pokke-eind te fietsen voor een meisje, waarvan mij op dat moment de naam niet meer te binnen schoot.

Ach, je bent jong en je wilt wat, dacht ik nog. (Jaren later zou Veronica met deze slogan geweldig scoren.).
Om de feestvreugde te verhogen stelde ik voor om fietsend over het ijs te gaan. Dat was een stuk korter en bovendien heel avontuurlijk. Richard keek mij schaapachtig aan. En stemde in. Bij de geringste stuurbeweging wilde de fiets echter gaan liggen en remmen was totaal zinloos. Het oude luchtmachtjack van mijn vader hielp ook niet mee. De mouwen waren zo taai, dat sturen een uiterste krachtsinspanning vergde.  Na 300 meter over spiegelglad zwart ijs bereikten wij het eerste weiland.Van klunen hadden we nog nooit gehoord. Hup, de fiets de kant op trekken en vort. Nou, niets dus. Na 236 weilanden en even zo veel slootjes bereikten wij het Noord Hollands kanaal. Ik had alleen geen rekening gehouden met de ijsbreker.

Doorgaan? Richard leek lam geslagen. Ach, we zijn nu toch halverwege.Vier kilometer via de westelijke oever naar het zuiden. Draaibruggetje over en ruim tien kilometer over de oostelijke oever naar het Noorden. En daar was het eindpunt bereikt na een ijskoude rit: Watergang. Geen gevoel meer in vingertoppen en tenen. Bevroren ballen en een verlamd gezicht. Het was wel errug rustig in het pittoreske dorpje, dat achter de stoeprand van de Rijksweg van Amsterdam naar Purmerend ligt. Twee rondjes rond de kerk en nog geen mens gezien. Bij de plaatselijke ijsbaan was het stikkedonker. In mijn hoofd ontspon zich een strijd tussen naïviteit en brutaliteit. De laatse won. Ik belde aan bij een knus waterlands huisje. De voordeur zwaaide open en een forse man vulde de deuropening. Zijn gezicht reflecteerde een wantrouwen dat ver onder de buitentemperatuur lag. Nee, er was geen schaatsen, die avond.

Ze heette Claudia en ik had mij vergist.

Zes jaar later. Ik werkte als magazijnbediende bij de Volvo dealer in Amsterdam-Noord. Gemiddeld drie keer per week kwam Jaap -'zeg maar Jaop!'- onderdelen halen. Jaop deed iets met oude Volvo´s. Kattenruggen, Amazones en 144´s. Hij had een oprit vol met ´okasies´. En een houten keet als werkplaats. In Watergang. En elke keer als Jaop binnen stapte voelde ik weer die bevroren ballen van toen. ´t Is nooit wat geworden met Claudia. Maar ik rijd wel al jaren Volvo.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten